Buchenwaldherdenking 2008, toespraak burgemeester Cohen
Terug naar thema's
Dames en heren,
Vandaag 63 jaar geleden bevrijdde de zesde pantserdivisie van het derde Amerikaanse leger concentratiekamp Buchenwald. Zij troffen 21.000 gevangenen aan, waaronder 384 Nederlanders. Het kamp werd door de nazi’s in 1937 opgericht en er hebben zo’n 240.000 mensen gevangen gezeten, van wie 50.000 mensen het kamp niet hebben overleefd.
Van 1940 tot 1945 hebben in Buchenwald naar schatting 3300 landgenoten gevangen gezeten, onder andere gijzelaars, joden, verzetsmensen, Jehova’s Getuigen en werkweigeraars. Ongeveer 500 van hen zijn in Buchenwald omgekomen.
Tot zover de kille – bijna onvoorstelbare - cijfers.
Dames en heren,
Van het boek ‘In Europa’ van Geert Mak heeft de VPRO een televisieserie gemaakt. Op 24 februari zond de VPRO de aflevering uit die gaat over Weimar, Buchenwald en over de firma Topf und Söhne uit Erfurt die gespecialiseerd was in het ontwerpen en bouwen van ovens, waaronder crematoriumovens. Vanachter de tekentafels van de ovenbouwers van Topf und Söhne konden de ingenieurs uit het raam de schoorstenen van Buchenwald zien walmen. De rook kwam uit de door hen ontworpen ovens. Ook in Auschwitz en Bergen Belsen werden de lichamen verbrand in de allernieuwste ovens van Topf und Söhne. Efficiënte verbrandingsinstallaties ontwikkeld door toegewijde ingenieurs die hun vak tot in de perfectie wilden beheersen.
Het vreemde is dat de firma daartoe niet was gedwongen door de nazi’s. De bedrijfsleiders waren zelf geen nazi’s. Het waren evenmin antisemieten. Ze wilden gewoon de beste zijn. De firma Topf wilde de concurrentie voor zijn en de medewerkers waren trots op het product en enthousiast over hun werk.
Vragen die in de aflevering aan de orde komen zijn:
Was je fout als je voor Topf werkte?
Had je moeten weigeren de ovens te onderhouden?
Sprak je over wat je zag thuis aan tafel?
In de aflevering komt ook een zoon aan het woord van een arbeider die bij Topf werkte. Als zijn vader geweigerd had, zou hij zijn inkomen zijn kwijtgeraakt, zou hij zijn gezin niet meer hebben kunnen onderhouden en bovendien bestond de kans dat hij dan zelf in het kamp zou belanden. Op de vraag aan de zoon of hij anders zou hebben gehandeld, antwoordt hij na een lange stilte: “Ik zou de enige held geweest zijn als ik geweigerd had.”
Er is maar een vraag die na deze aflevering blijft hangen. Een vraag waar geen antwoord op komt. Wat had jij gedaan, toen in Erfurt?
Dames en heren,
“Wat had jij gedaan, toen in Erfurt?” is een vraag die zich onvermijdelijk opdringt. Zullen wij voldoende moed hebben om als het moeilijk wordt de juiste keuzes te maken? Ik weet het niet, ik heb het nooit geweten en ik hoop dat ik het nooit zal hoeven te weten.
Wat ik wel weet is dat het zinvol is daarover na te denken en om stil te staan bij wat er is gebeurd, zoals wij hier vandaag doen. Om stil te staan bij het feit dat sommigen hier aanwezig het hebben overleefd. En om stil te staan bij hen die het niet hebben overleefd. Ieder mens sterft tweemaal, zo wordt wel eens gezegd: eenmaal als hij overlijdt, een eenmaal als hij ook door de laatsten van zijn tijd is vergeten. Met de dood van iedere oudere sterft er dus een aantal doden nog eens: al degenen die alleen deze dode nog heeft gekend, en van wie hij als laatste een levende herinnering met zich meedraagt.
Ed. Hoornik verwoordde het in zijn gedicht Tot de doden als volgt, en ik citeer de eerste twee verzen:
Tot de doden
“Wij kunnen u niet meer bereiken,
wij komen een zintuig te kort,
wij leggen ons neer bij de feiten
dat gij minder en minder wordt.
De enkele keren dat ge
In dromen ons nog verschijnt,
Wordt ge ijler en ijler
tot ge voor altijd verdwijnt.”
Dames en heren,
Het besef dat de groep Nederlanders met eigen herinnering aan Buchenwald, snel in omvang afneemt, was in 1999 voor de ‘Vereniging van Oud-Buchenwalders’ de aanleiding om een grootschalig video-interview-project op te zetten. Er bleken 38 overlevenden van Buchenwald bereid aan dit project mee te werken. Zo is een collectie herinneringen ontstaan, die zowel een educatief als wetenschappelijk belang kan dienen in heden en toekomst. Deze indrukwekkende collectie interviews is door u aan het NIOD overgedragen. Op basis van die interviews is de filmdocumentaire gemaakt: “Vooral niet opvallen; Nederlanders in Buchenwald”. Deze documentaire zal vanmiddag voor het eerst te zien zijn. Bij die gelegenheid zal ook een website worden geopend www.buchenwald.nl waarop alle 38 interviews te zien zijn.
Als wij immers niet van het verleden leren, zijn wij gedoemd het te herhalen. Daarom zijn wij hier, daarom hebben de oud-Buchenwalders het interview project opgezet en houden wij ons met het verleden bezig, ter wille van het heden.
Terug naar thema's